Reactie op nota welstand op het water van Amsterdam

Hierbij mijn inspraakreactie op de nota welstand op het water van de gemeente Amsterdam. Tot 26 november 2017 kun je zelf nog een reactie geven door te mailen aan: inspraak.welstandopwater@amsterdam.nl

Beste lezer,

Hierbij mijn inspraak tav de nota welstand op het water.

De 5 jaar heb ik tientallen plannen gemaakt voor woonschepen in Amsterdam. Gekoppeld daaraan heb ik ook vele vergunningaanvragen (vervanging en verbouwing) opgesteld voor de desbetreffende klanten. Het betrof vervanging, verbouwing en nieuwbouwaanvragen. In alle stadsdelen en diverse prijsklassen.

Het beleid tav de welstand voor woonschepen blijft voor mij nog altijd lastig uitlegbaar aan de klant en deels onvoorspelbaar. Het verschilt per stadsdeel/ bestuurscomissie en sommige aspecten zijn niet omschreven en daardoor multi-interpretabel. Wat dat betreft is het goed dat er een nu eenduidig welstandsbeleid komt Amsterdam breed. Uit de nota blijkt duidelijk dat de richtlijnen tav van woonschepen en de welstandomschrijving van stadsdeel centrum als uitgangspunt is genomen voor deze nota. Dit beleid was ook het meest eenduidig uitlegbaar, maar ook het meest gelimiteerd. Mijn grote bezwaar ten aanzien van de voorliggende welstandsnota is dat het rigide is en dat dit ten gevolge zal hebben dat er grote eenvormigheid komt in typen woonschepen in de komende jaren. Dit is in het Centrum al zichtbaar bij alle nieuwbouw woonschepen; de variëteit in vorm en uniciteit is klein. Ik ben bang dat dit beleid ervoor zorgt dat dit ook het geval gaat worden voor de plekken aan de Amstel en in de stadshavens van het Oostelijk en Westelijk Havengebied.

De volgende regels zijn hier naar mijn idee debet aan:
- er wordt uitgegaan van 1 basis woonschip (zie bijgevoegde afbeelding op pag. 11). Naast deze typologie zouden ook andere andere voormalige bedrijfsvaartuigen (zoals een passagiersschip, viskotter, sleepboot, patrouilleschip, directievaartuig/ tonnenlegger etc.) een nieuw leven kunnen krijgen als woonschip en deze hebben andere karakteristieken. Deze zullen dan ook vaak niet gaan passen binnen de nieuwe richtlijnen.
- de voorschriften ten aanzien van gangboord, voordek en achterdek: voor sommige van bovenstaande andere typologieën is het toepassen van deze regel geforceerd, en levert niet de gewenste ontwerpen op die passen bij dat type schip.
- roef en stuurhut zijn gezamenlijk 30% en de stuurhut 15%: Dit gaat uit van 1 typologie, nl. de luxe motor en vergelijkbaar. Deze benadering is bijv. niet toepasbaar op een directievaartuig, viskotter of een passagiersschip. Zouden deze termen niet meer ge-algemeniseerd kunnen worden?

Ik zou graag meedenken over oplossingen om deze regels anders te omschrijven zodat er binnen het welstandskader meer mogelijkheden zijn tav het ontwerp van een nieuw woonschip. Meer (duidelijke omschreven) ruimte zorgt voor een grotere variatie in woonschepen. En dat is voor het bijzondere en veelzijdige karakter van Amsterdam van belang. Veel gelijkvormige woonschepen in de grachten en het IJ van Amsterdam geeft niet niet de juiste reflectie ten aanzien van de historie van schepen in Amsterdam en levert een soort Vinex-gevoel op het water op. En dat zou jammer zijn.

Met vriendelijke groet,
Bas van Schelven